Beschermd gezicht Mijnkolonieën Brunssum
Het beschermd gezicht Mijnkolonieën Brunssum omvat vijf historische mijnwerkerswijken plus enkele losse woninggroepen voor mijnpersoneel. Daarnaast maken drie parken deel uit van het beschermd gezicht. Het beschermd gebied is grotendeels tot stand gekomen in de jaren 1910-1930. De kolonieën waren bedoeld voor personeel van de staatsmijnen Hendrik en Emma. De huizen zijn gebouwd in opdracht van de Staatsmijnen en de woningbouwverenigingen Ons Limburg en Thuis Best en zijn opgezet volgens de tuindorpfilosofie, waarvoor architecten als Willem Leliman en Jan Stuyt tekenden.
-
Film Beschermd gezicht
Bekijk hier de film 'Brunssum. MijnVerleden. Beschermd gezicht.' Deze film toont de bijzondere kenmerken van de Brunssumse mijnkolonieën.
-
Kolonie Schuttersveld
Op het Schuttersveld verrees tussen 1918 en 1920 een tweede complex arbeiderswoningen van de Staatsmijnen. Dit terrein lag ten noordoosten van de mijn Hendrik, langs de spoorlijn die naar de mijnsteenberg ('stortberg') voerde. Hier werden 421 arbeiderswoningen gebouwd, in blokjes van twee, drie of vier, een enkele keer meer. Op de kop van de wijk, aan de Rimburgerweg, werden vijf winkelwoningen gerealiseerd. Schuttersveld is duidelijk antistedelijk opgezet en is een schoolvoorbeeld van de tuindorpgedachte.
-
Kolonie De Egge
Tussen 1918 en 1920 werd een groep van 240 woningen in De Egge gerealiseerd, naar een ontwerp van Jan Stuyt. De kolonie was gelegen op een terrein halverwege de kolonieën Schuttersveld en Rozengaard. De kolonie werd vrij compact opgezet, in een relatief hoge bouwdichtheid, binnen een duidelijk begrensde rechthoek rond een ruim, centraal gelegen plein. De binnenterreinen werden afgesloten door lage muurtjes met ronde poortjes.
-
Parken
Tot het beschermd gezicht van Brunssum behoren drie parken: het Vijverpark, het Schutterspark en het Mijnspoorpark. Met name in het Vijverpark en het Schutterspark is het ontwerp uit de mijnperiode nog nagenoeg intact aanwezig, met volop verwijzingen naar het industriële verleden.
-
Kolonie Treebeek-Haansberg
De kolonie Treebeek-Haansberg is veelbesproken en veelbeschreven. Het wordt ook wel ‘de moeder der kolonieën’ genoemd. Anderen berichten over de enige ‘tuinstad’ of ‘de grootste arbeiderswijk’ van Nederland. Feit is dat Treebeek-Haansberg qua opzet de grootste kolonie van de mijnstreek is en op een aantal punten afweek van andere woninggroepen. Treebeek-Haansberg vertoonde met de mijnterreinen, woningbouw en sociaal-maatschappelijke voorzieningen het karakter van een afzonderlijke industrienederzetting.
-
Kolonie Rozengaard
De kolonie Rozengaard (260 woningen) werd gebouwd op het Huizerveld, ten noorden van de kern Brunssum. De realisering van de Rozengaard kwam tussen 1914 en 1918 in drie fasen tot stand, naar een ontwerp van de architect Jan Stuyt. Voor de Rozengaard ontwierp Stuyt een rijke variatie aan woningtypen: 37 in totaal. Kenmerkend voor Rozengaard zijn de besloten opzet en de kleine pleintjes en knikkende straten, een grillig stratenpatroon waarmee Stuyt de intimiteit van een dorp wilde creëren.
-
Kolonie Langeberg
Thuis Best bouwde in Brunssum tussen 1925 en 1930 meer dan 600 arbeiderswoningen, vijf winkels en vier beambtenwoningen, voornamelijk in de kolonieën ’t Heufke en Langeberg. Het begin was in 1925, toen op een bouwterrein in het noordwesten van Brunssum de kolonie ’t Heufke werd gebouwd, met 149 woningen. In de jaren 1927 en 1928 bouwde Thuis Best 427 arbeiderswoningen op de Langeberg, plus vier beambtenwoningen en drie winkels.