Second opinion Integriteit wethouder Jo Palmen, gemeente Brunssum, en de bredere betekenis daarvan

Op 21 februari 2018 werd tijdens een persconferentie de 'second opinion' integriteit, Jo Palmen, en de betekenis daarvan gepresenteerd.

  • Geen hoog en ernstig integriteitsrisico voor wethouder Jo Palmen.
  • Laatste deel risico-onderzoek deugde niet.
  • Risico-toetsing voor wethouders moet anders.
  • Bij ernstige gevallen moet alleen de minister kunnen ingrijpen.

Geen hoog risico

De hoogleraren Douwe Jan Elzinga en Arno Korsten stellen in hun second opinion’ en verdiepingsonderzoek van het integriteitsprofiel van wethouder Jo Palmen (Brunssum) vast dat er geen ‘hoog en ernstig integriteitsrisico’ bestaat voor de wethouder. Dit in tegenstelling tot wat in de ‘first opinion’ in november 2017 naar voren kwam en wat naar buiten is gebracht door de toenmalige burgemeester. De wethouder hoeft volgens de onderzoekers niet terug te treden.

Op basis van uitvoerig onderzoek en analyse ontzenuwen de hoogleraren allerlei geruchten en berichten over vormen van belangenverstrengeling en andere kwetsbaarheden.

Geen juridische claim

Bij de eerdere toets, die in opdracht van de toenmalige burgemeester werd uitgevoerd, ging het om een geheime analyse, waar niemand het fijne van af wist. Zo werd gezegd dat Jo Palmen een lopende vordering in rechte van omtrent 1,5 miljoen euro (schadeloosstelling) tegen de gemeente zou hebben. Alleen al om die reden zouden de persoonlijke en publieke belangen door elkaar lopen. De onderzoekers Elzinga en Korsten bewijzen dat er geen sprake is van een lopende juridische vordering maar primair van op overeenstemming gericht ‘minnelijk overleg’.

Ze stellen ook vast (wat ontlastend is voor Palmen) dat Palmen al sinds 2015 geen eigenaar meer is van de grond waarover het conflict ging, een feit dat lang voor allerlei ‘spelers’ onbekend is gebleven. Ook is door hen vastgesteld dat tijdens het wethouderschap van Palmen geen sprake zal zijn van een claim op schadeloosstelling.

Onvoorzichtig

Wel vinden Korsten en Elzinga dat Palmen zich onvoorzichtig gedroeg door over het (grond)geschil niet steeds klare wijn te schenken. Zo liet hij lang onduidelijk dat de grond al was verkocht.

Ook zou Palmen zich door uitlatingen onbehoorlijk en dus niet integer hebben gedragen. De onderzoekers stellen hiervan vast dat deze beschuldigingen niet kunnen leiden tot de conclusie van een ‘hoog , ernstig integriteitsrisico’, hoogstens tot een risico op het vlak van ‘professionaliteit en communicatief vermogen’.

Wel of geen resultaat

Ook constateren zij dat Palmen met regelmaat uitzonderlijk opereerde, waardoor snel een sfeer of een schijn van belangenverstrengeling kon ontstaan. De gemeente Brunssum krijgt eveneens een verwijt en wel dat zij veel te lang het geschil met Palmen over het gronddossier heeft laten bestaan en niet voldoende en effectief heeft gestreefd naar een adequate oplossing door minnelijk overleg, uitlopend op enigerlei schadeloosstelling of andere afronding. En ten slotte stellen de onderzoekers vast dat in een gemeente met verstoorde politiek-bestuurlijke verhoudingen integriteit al heel snel als ‘politiek strijdmiddel’ wordt gebruikt. Van die verstoring was sprake tussen de burgemeester en Palmen.

Ondeugdelijk

De onderzoekers constateren dat deze vorm van risicotoetsing in de vorm van een ‘persoonlijk advies’ aan de burgemeester ondeugdelijk is. De wethouder kan geen informatie inbrengen, er wordt niet met hem of haar gesproken, een conceptrapport wordt niet voorgelegd en het advies is geheim. Vooral omdat de verhouding tussen toenmalig burgemeester Winants en het raadslid – later wethouder - Palmen – ernstig was verstoord, is dit een uiterst riskante manier van opereren, waarbij gemakkelijk allerlei andere motieven en overwegingen een rol kunnen gaan spelen.

Het is om die reden volgens de onderzoekers zeer onwenselijk indien een burgemeester als enige zou kunnen beslissen over de vraag of een wethouder wel of niet kan worden benoemd.
Door de zwakte van de adviesfase in het oorspronkelijke integriteitsonderzoek en doordat sprake is van risico verlagende conclusies van Elzinga en Korsten op de kwalificatie ‘hoog ernstig risico’ komt naar voren dat ten aanzien van Palmen ten onrechte een zware conclusie (‘rode kaart’)  is getrokken.  

Anders

In hun onderzoek presenteren Elzinga en Korsten een andere procedure, waarbij burgemeester en raad gezamenlijk op een zorgvuldige manier de integriteitstoets uitvoeren. Deze procedure zou in de wet vastgelegd moeten worden.
Alleen in uiterste gevallen zou de burgemeester de minister kunnen verzoeken om een benoeming te blokkeren. Voordat de minister daartoe overgaat, zou advies moeten worden ingewonnen van een landelijk college van drie personen.

Verdere gegevens:

De auteurs zijn prof.mr. D.J. (Douwe Jan) Elzinga (Rijksuniversiteit Groningen) en prof. dr. A.F.A. (Arno) Korsten (Universiteit Maastricht). Contactgegevens:  d.j.elzinga@rug.nl / afa.korsten@planet.nl

Meer informatie bij: Fons Castermans, Adviseur Communicatie gemeente Brunssum.

E: fons.castermans@brunssum.nl. T: 045 527 8633. M: 06 1373 9237.

Uitgelicht